

Berekenen PM borstelloze motor
De rekenwijze zal worden verklaard aan de hand van een voorbeeld casus. De gebruikersinput is gegeven en een willekeurige geschikte motor plus overbrenging (reductie) is gekozen. Voor deze motor plus overbrenging zullen de resultaten worden nagerekend zoals wordt bepaald door specAmotor. De motor datasheet is verschaft in tabel 2. De overbrenging datasheet is verschaft in tabel 3. De gebruiker heeft het volgende werkpunt ingegeven:
De Motor Datasheet
Een borstelloze motor is een 3-fase motor. De opgegeven weerstand R2ph en zelfinductie L2ph zijn die zoals gemeten tussen twee fasen. Cv is de snelheidsafhankelijke frictie en bedraagt nul en komt daarom verder niet terug in de berekeningen.
Rth1 en Rth2 zijn gegeven in tabel 2 wat aangeeft dat het uitgebreide thermische model is toegepast. Deze wordt gegeven in figuur 1. In formule 2 en 3 zijn de formules afgeleid voor resp. de winding- en behuizings-temperatuur.
Figuur 1 Gedetailleerd thermisch model voor PM borstelloze motor
Als er thermisch evenwicht heerst (de temperatuur verandert niet meer) kunnen de temperaturen worden bepaald zoals beschreven in formule 1 en 2. Deze formules gelden voor een gedetailleerd thermisch model zoals gegeven in figuur 1.
Voor een PM borstelloze motor gelden de volgende formules voor de weerstand R2ph en motorconstante k.
De overbrenging datasheet
De overbrenging datasheet is gegeven in tabel 3.Werkpunten tabel
In tabel 4 wordt de Werkpunten tabel getoond zoals die ook wordt gegeven in de zoekresultaten. De grootheden die in tabel 4 staan zullen hieronder worden nagerekend. De gebruiker gaf het werkpunt op zoals gegeven in tabel 1, merk op dat deze ook in tabel 4 terugkomen.
Berekening motorbelasting Tmotor en stroom I
Een overbrenging wordt gebruikt (zie tabel 3) dus het werkpunt moet worden vertaald in een last voor de motoras.
De berekening is als volgt:

De grootheden i en η (het rendement) zijn gegevens van de overbrenging (zie tabel 3). kend is de motorconstante bij de eindtemperatuur van de windingen. Deze waarde is gegeven in de dissipatie tabel (tabel 5), een rekenkundige afleiding hiervan wordt later gegeven.
Berekening voltage
Omdat het gegeven werkpunt geen acceleratie heeft wordt het voltage U als volgt berekend:
De waarden R2ph,end en kend zijn gegeven in tabel 5. Rekenkundige afleiding hiervan worden later gegeven.
Berekening maximale stroom
Ilimit is de maximale stroom voor de motor voor de gegeven snelheid ω en duty cycle DC. Bij deze stroom wordt de maximaal toegestane windingtemperatuur bereikt, voor de gegeven motor bedraagt deze Θmax=125 oC=398 K (zie tabel 2).
Ilimit is over het algemeen kleiner dan de maximale stroom omdat voor de maximale stroom meestal geen thermische effecten in rekening worden genomen. De keuze van het werkpunt rond de maximaal toegestane temperatuur is niet slim, dus Ilimit is een limiet dat vermeden moet worden. De verhouding tussen de berekende I en Ilimit geeft de mate van veiligheids-marge aan.
Ilimit = 5.269 A (tabel 4) en het invullen van deze waarde in de formule voor dissipatie en formule 4 zou de gegeven maximale temperatuur Θmax= 398 K weer moeten opleveren. Zie onderstaande berekening:


Pfric is gegeven in tabel 5 (getoond als Pmech, motor). De berekende maximale temperatuur is gelijk aan de gegeven waarde dus dit bewijst dat Ilimit in tabel 3 correct is.
Dissipatie tabel
De dissipatie tabel is gegeven in tabel 5.Alle bronnen die bijdrage in de dissipatie zijn getoond. Ook de temperatuur van de windingen en het huis is gegeven en de weerstand R2ph en motorconstante k bij de eindtemperatuur (de temperatuur bij thermisch evenwicht).
Berekening van R2ph en k
De weerstand gemeten tussen twee fasen R2ph en de motorconstante k kunnen worden bepaald als de temperatuur bekend is volgens formules 3 en 4. Dit wordt hieronder berekend, de waarden komen overeen met die in tabel 5.

Berekening van de dissipatie-bronnen en ingangs- en uitgangsvermogen
De dissipatie-bronnen worden getoond in figuur 2.
Figuur 2 Vermogens-distributie in elektromotor
De dissipatie-bronnen en ingangs- en uitgangsvermogen worden hieronder berekend, de waarden voor U en I komen uit tabel 4:

Deze waarden komen overeen met die in tabel 5. Ter controle kan de som van de bronnen plus het uitgangsvermogen worden bepaald, deze moet gelijk zijn aan het ingangsvermogen van Pin=17.28 W. Dit blijkt ook correct te zijn:

Berekening van de temperaturen
De temperaturen zijn nu nog niet gevalideerd, maar nu dat alle grootheden bekend zijn is dit nog een kleine stap. De formules 1 en 2 ingevuld levert:

Deze waarden zijn hetzelfde als in tabel 5 dus hieruit blijkt dat ze geldig zijn.
Belasting aan motorzijde
In figuur 3 is de koppel-toerenkarakteristiek gegeven van de motor zoals beschreven in tabel 2. Tevens is het werkpunt gegeven zoals ervaren door de motor, het werkpunt (ω;T)=(1767.2 rad/s; 0.022 Nm) zoals gegeven in tabel 4.
Figuur 3 Belasting aan motorzijde
De koppel-toerenkarakteristiek geeft het werkgebied weer, omsloten door een lijn voor het maximale koppel, een lijn voor maximale spanning Umax en een lijn voor maximale snelheid. Het werkpunt ligt binnen dit gebied.
Het maximale koppel in figuur 3 wordt bepaald door het koppel bij stilstand (stall) Tstall= 0.184 Nm, de maximale snelheid bedraagt ωmax=5236 rad/s. Opgemerkt zij dat figuur 3 gegeven is voor een motortemperatuur die gelijk is aan de omgevingstemperatuur.
De zwarte lijn in figuur 3 is de thermische limiet en geeft de maximale continu toegestane stroom aan waarbij de motortemperatuur gelijk wordt aan de maximale temperatuur van 398K of 125 oC (uit tabel 2).
Belasting aan lastzijde
In figuur 4 is de koppel-toerenkarakteristiek gegeven van de motor zoals ervaren aan de uitgangszijde van de overbrenging. Tevens is het werkpunt weergegeven zoals door de gebruiker is opgegeven in tabel 1 (ω;T)=(125.7 rad/s; 0.2 Nm).
Door het toepassen van een overbrenging zal het werkgebied wijzigen. Het maximale toegestane koppel zal omgekeerd evenredig met i (zie tabel 3) wijzigen en dus groter worden. De snelheid zal evenredig met i wijzigen en dus afnemen. De steilheid S (zie tabel 2) van de lijn die de nominale spanning aangeeft zal hierdoor kwadratisch met i steiler worden.
Figuur 4 Belasting aan lastzijde
In figuur 4 zijn twee lijnen (licht rode en donder rode) te zien die ietwat verschillen. Het verschil wordt gegeven door de frictie van de motor en de overbrenging. De licht rode lijn geeft het 'netto' werkgebied weer aan de lastzijde; dit betekent dat de frictie vam de motor en de overbrenging afgetrokken zijn van het theoretisch beschikbare koppel. Wrijving aan de motoras of in de overbrenging zorgt er immers voor dat de aandrijving netto minder koppel overhoudt om de last aan te drijven.








